Nawoord
Nawoord
Te voet heb ik een tocht van 2700 km. afgelegd naar Santiago de Compostela, een bedevaartplaats sinds meer dan 1100 jaar. De naam van de stad spookte al jaren door mijn hoofd. Zou ik dat kunnen? Nee, natuurlijk niet, zo sportief was ik al nooit, zo lang zal ik nooit van huis kunnen, zo lang zal ik nooit vrij kunnen krijgen van mijn werk, zox92n onderneming durf ik gewoon niet. Of toch wel?
Het lezen van vele reisverslagen van andere pelgrims vergrootte steeds mijn obsessie. Waarom zij wel en ik niet? Ik besloot het te gaan proberen, en vanaf 1200 dagen voor 1 april 2008 ben ik begonnen af te tellen. Van mijn werkgever kreeg ik alle medewerking, mijn fysieke conditie bleef prima. Mariet had er vooral veel moeite mee, zij was bang dat ons gezamenlijke leven geheel de vernieling in zou gaan. En heel lang geloofde ze ook dat mijn rare ideexebn wel over zouden gaan. Maar uiteindelijk bleek zij mijn grootste steun in ook de moeilijke dagen.
De grootste vraag bleef of ik zox92n grote tocht wel aan kon. Het beste antwoord daarop bleek uiteindelijk om de vraag maar niet te stellen. Gewoon op weg gaan, elke dag opnieuw, en dan maar zien waar het schip strand. Daarmee werd Santiago niet meer het doel, alleen maar een eindpunt. Het doel werd om elke dag maar gewoon op stap te gaan, alleen, grenzen verleggen, een andere wereld opzoeken, andere mensen ontmoeten, andere culturen zien en leren begrijpen, van de natuur in het voorjaar te genieten, maar vooral om mezelf beter te leren kennen.
Bij de voorbereidingen heb ik heel veel steun ervaren van mijn familie, collegax92s en andere goede vrienden. Mariet en de kinderen kwamen met veel nuttige suggesties van allerlei dingen die ik onderweg nodig zou hebben, Monique hielp mij om een eigen web-side te crexebren, Ton maakte een geweldige wandelstok voor me waarmee ik tevens de honden van mijn lijf zou kunnen houden. Van Cor en Ans kreeg ik veel informatie en lectuur over pelgrimeren. En dan de vele mensen die zeggen dat ik het toch wel niet zal kunnen, hebben mij erg geholpen. Want dat moet je tegen mij niet vertellen.
In de weken voor mijn vertrek werden er afscheidsbijeenkomsten gehouden voor familie, buren en kennissen alsof ik voor jaren weg zou gaan. En veel presentjes kreeg ik daarbij aangereikt, die overigens meestal niet geschikt waren om mee te nemen, de bagage diende tot een minimum beperkt te worden. De laatste zondag voor mijn vertrek kreeg ik van pastoor Hogenelst de pelgrimszegen tijdens de eucharistieviering in de mooie parochiekerk van Vierakker. Een novenenkaars voor Mariet zou haar kunnen helpen om de eerste 9 dagen van mijn tocht te overbruggen. Een heel fijne ervaring.
Als voorbereiding had ik in februari het Pieterpad gelopen, om de rugzak uit te proberen, mijn tentje, en om mijn conditie uit te testen. Dit is allemaal heel goed gegaan, al is het Pieterpad in februari ook een eenzaam gebeuren en was ik blij dat ik weer naar huis kon. Als Mariet mij toen gevraagd had om de tocht te bekorten door b.v. in Vezelay te starten, zou ik dat misschien gedaan hebben.
Het definitieve vertrek was dus op 1 april. Samen met Ans en Cor, die ons een eerste klas treinreis aanboden, heeft Mariet mij naar Maastricht gebracht. Het voelde heel raar om ze daarna ook weer met de trein te zien wegrijden, nu was ik alleen en moest me de komende drie maanden zelf zien te redden. Maar ik voelde mij goed voorbereid.
De tocht zelf was eigenlijk een aaneenschakeling van geweldige ervaringen. Iedere dag was een nieuw hoogtepunt, met enkele gewoon negatieve ervaringen als je merkt dat er ook op de camino geklauwd wordt. Dat verwacht je toch niet van medepelgrims, maar het kwam voor, en niet alleen bij mij. De eerste weken rugpijn van de zak, pijnlijke kniexebn door enkele vervelende valpartijen in de Ardennen met zijn erg slechte wegen, pas achteraf heb ik hiervan ook de positieve kanten kunnen herkennen. En vooral in Belgixeb en Frankrijk hebben veel mensen mij erg goed geholpen op momenten dat ik dat het meeste nodig had, b.v als ik op het eind van de dag nog geen onderdak had, en ik zo van de straat geplukt werd om ergens te overnachten. Of toen ik fors verdwaald was, ik door een echtpaar met de auto weer op het goede pad gebracht werd. De taal was nauwelijks een probleem, met handen en voeten kom je een heel eind. Frans lezen gaat nog wel, maar verstaan is bijna onmogelijk. Vooral de Fransen hebben veel waardering voor pelgrims, gemeentehuizen en Offices du Touriste of Syndicats d’Initiative deden steeds moeite om mij een voordelig onderdak te verschaffen.
Absolute hoogtepunten waren wel mijn verblijf in Reims, waar ik mijn nieuwe pelgrimspaspoort kreeg, Vezelay met zijn prachtige kathedraal, Nevers waar ik bij Bernadette heb geslapen, Charenton waar ik hulp kreeg met mijn kapotte schoenen, Periqueux waar ik een gedwongen rustperiode had, Montreal waar ik mijn zoon Erwin een dagje op bezoek had, en natuurlijk het verblijf in de refuge van St. Jean Pied du Port, aangeboden door Annemarie en Paul.
Dan de tocht door Spanje, nog bijna 800 km., dat is een heel andere pelgrimstocht. Voortdurend ben je in gezelschap van andere peregrino’s, vanuit echt de hele wereld. Slaapplaatsen vinden is geen probleem meer, elk dorp heeft een opvangplek voor peregrino’s. Vaak slaap ik met grote aantallen op beddenzalen, die ik in tegenstelling tot andere mensen goed verzorgd vond. Ik zag geen vieze matrassen, voldoende toiletgelegenheden en vaak een restaurant in de omgeving waar voordelig een pelgrimsmenu te krijgen was. Heel veel vrouwen, meer vrouwen dan mannen lopen de camino, maken het ook een prettige tocht. En al bleven de wegen vaak slecht, stenen masseren voortdurend de onderkant van de voeten, de bergen waren vaak erg hoog en op het laatst sloeg toch nog de warmte toe, ik had de eerste maanden zox92n conditie opgebouwd dat dit mij niet meer kon deren. En tien km. meer of minder deed er ook niet meer toe, ik voelde mij beresterk.
Het einde van de tocht, Santiago de Compostela, was meer een deceptie dan een hoogtepunt. Al is het wel een geweldig ontroerend moment om vanaf Monte del Gozo de stad te zien liggen. En de laatste km. naar de kathedraal zal ik niet licht vergeten. De deceptie bestaat er vooral uit dat ik me realiseerde dat het over was al wilde ik best graag naar huis, 90 dagen wandelen deed toch heel wat bij me en ik zou terug moeten naar mijn gewone leven als dat nog mogelijk zou zijn. Maar het doorgaan op x93caminox94 in de rest van mijn leven zal mijn grootste uitdaging worden.
De terugweg naar huis, door de lucht gaat wel erg snel. En de ontvangst op Schiphol, waar mijn broers en schoonzussen klaar stonden om mij welkom te heten, was geweldig. Zomaar even naar Schiphol rijden, alles opzij zetten om broer te begroeten, wat een familie! En natuurlijk waren Mariet en Richard, met de kleinkinderen ook present, zij brachten mij weer naar de Groenedijk waar de hele buurt klaarstond om mij met muziek in te halen, met drank en een leuke collage van fotox92s die van internet geplukt waren. Een fijne ervaring, grote boog voor het huis, Anita die het huis prachtig versierd had. Fijn om zo weer thuis te komen, het deed mij erg goed.
Dan is er natuurlijk nog de vraag wat de camino mij gebracht heeft. Heeft het opgeleverd wat ik ervan verwacht had? En heeft het mijn leven erg veranderd? Nou, ik ben er geen ander mens door geworden. Wat ik vooral geleerd heb, leef je eigen leven. Doe de dingen die je wilt doen, zodat je later geen spijt krijgt dat je dingen niet gedaan hebt. Ga de weg die je moet gaan, ultrea, ga door, en ervaar dat je niet alleen bent. Dat je op momenten dat het niet meer gaat, er steeds mensen zijn die je willen helpen. Het is een kunst om die hulp te herkennen en te accepteren, we hebben elkaar nodig, niemand leeft voor zichzelf. En hulp hoeft niet altijd betaald te worden met een wederdienst. Doorgaan betekent vooral de eerste stap zetten, er is altijd weer een eerste stap, de rest komt daarna vanzelf. En al is de eerste stap nog zo moeilijk, je komt daarmee wel steeds een stap dichter bij betere tijden. Na regen komt zonneschijn. Ook is het belangrijk het leven te nemen zoals het komt, je hebt het toch niet in de hand. In drie maanden heb ik geen nieuwsberichten gehoord, bijna geen televisie gezien, geen kranten, het zijn allemaal dingen die er niet toe doen. Soms vroegen mensen mij welk weer het de volgende dag zou worden. Maar misschien waren ze nog niet lang genoeg onderweg om te weten dat alle soorten weer zich voordoen in willekeurige volgorde, het doet er totaal niet toe. Zoals voor- en tegenspoed in elk leven zich ook voordoen. Op de camino is de enigste taak die je hebt, doorlopen, steeds verder. En uiteindelijk heb ik ook geleerd dat het geen zin heeft na te denken over allerlei wereldproblemen of andere moeilijke kwesties. Geen overpeinzingen over wie ik ben, wat ik doe op deze wereld, waarom de wereld in elkaar zit zoals het is, het zijn zaken die je toch niet kunt bexefnvloeden. De opdracht is alleen verder te gaan op je weg, geen zorgen maken over dit soort zinloze vragen.
Hoewel het niet de bedoeling was om een optocht langs alle mogelijk kerken te houden, ontkom je er toch niet aan. Het gebeurt gewoon, ook omdat kerken vaak de belangrijkste culturele uitingen zijn van eeuwenoude geschiedenis. De kerkdiensten in Spanje deden me heel veel denken aan de kerkdiensten die ik in mijn jeugdjaren hier meemaakte. Wel indrukwekkend, maar niet echt van deze tijd. En lang niet alle pelgrims zoeken de kerkdiensten op, de camino is bepaald geen privilege voor katholieken. Allerlei geloven heb ik op de camino ontmoet. Ieder heeft zo zijn eigen motieven om op tocht te gaan, maar wat we allemaal gemeen hebben is het zoeken naar nieuwe invullingen. Niemand heeft een duidelijk beeld wat de camino zal opleveren. Maar echt dolend door het leven gaan is denk ik toch niet een goede uitgangssituatie om op camino te gaan. Ik denk dat je lichamelijk en geestelijk toch redelijk goed in elkaar moet zitten om de tocht met succes te doen.
Ik vond het fijn om met mijn tocht ook een goed doel te steunen. Het heeft toch een andere dimensie aan mijn camino toegevoegd. En veel mensen hebben hiermee ook laten zien hoezeer ze mijn tocht steunen. Zonder er een echte bedelaarstocht van te maken hebben veel mensen spontaan een bedrag van 1750 euro geschonken. Heel erg hartelijk bedankt, voor iedereen die hieraan heeft meegewerkt.
En hiermee besluit ik mijn verslag over mijn camino. Maar niet zonder nog eenmaal allen te bedanken die mij steeds gesteund hebben met hun reacties of bijdragen op andere wijze. Met name Mariet en de kinderen, Monique, mijn familie, Paul en Annemarie, vele collegax92s en clixebnten, en natuurlijk ook de vele gastgezinnen en medepelgrims die ik mocht ontmoeten. Zonder jullie had ik de tocht waarschijnlijk niet volbracht.
Laren, 17 augustus 2008
